Hoi Thabram,
Wet van ohm klopt maar dioden zijn geen gewone weerstanden.
Een diode heeft een doorlaat spanning van zo’n 1,5V rode leds wat minder, groene leds weer wat meer en wat gele leds doen, weet ik niet. Deze 1,5V is afhankelijk van de temperatuur.
Bij hogere temperatuur wordt deze spanning lager.
Je kan een led, maar elke diode, dus als thermometer gebruiken.
Er zijn betere methodes, maar dat even ter zijde
Bij 6 leds parallel blijft de doorlaatspanning nagenoeg gelijk, de onderlinge verschillen bepalen de helderheid.
Dus blijft het 5-1,5V = 3,5V
De poort IN de arduino, bestaat uit 2 transistoren, dat zijn eigenlijk ook een soort dioden, die verlagen de spanning ook iets en zijn temperatuur afhankelijk.
Is er geen stroom, dan meet je de voedingsspanning, maar al trek je enkele mA’s dan daalt de spanning al enorm.
Als je de pull-up weerstand van de poort inschakelt, dan valt daar natuurlijk ook spanning over.
Die pull-up weerstanden worden in/uit geschakeld door…. Alweer transistoren = diode effect.
Eigenlijk kan je dus geen zinnig woord zeggen over de led-schakeling.
Toch wel, want de wet van ohm blijft geldig, alleen meten is weten.
Dus een meetinstrument en je weet nóg niets, want de meter heeft weerstand, en zolang de meterweerstand enorm groot of juist klein is tov het te meten cirquit, is de invloed klein.
Kijk dit maakt elektronica zo leuk!
Ik heb twee tekeningen gemaakt voor het diode matrix probleem.
Één 3-D tekening, daarin zie je dat de led-kubus 3x3x3 is onderverdeeld in een matrix van 3 x 9. Wanneer je het aantal pootjes telt, dan 3+9=12 pootjes voor 3x3x3=27 ledjes. blokje van 3 x 3 x 3 leds.
Dat kan efficiënter: 5x6=30 daarmee kan je dus 30 ledjes aansturen.
Door de 27 ledjes in een 5x6 matrix te schakelen bespaar je één pootje.
5+6 is 11 pootjes.
De tekeningetjes heb ik als ‘foto’ bijgevoegd, tenminste, als jij ze kan zien, dan is het gelukt.
Uitleg:

Je ziet 9 groepjes van telkens 3 dioden verticaal met de anoden met elkaar verbonden.
Als je de lijn A volgt, dan zie je dat deze verbonden is met de bovenste 9 dioden (anoden) Evenzo heeft aansluiting B ook 9 dioden en C neemt er ook 9 voor zijn rekening.
Haaks daarop zijn de kathoden van elke diode per rij met de cijfers verbonden. Volg de lijntjes en je ziet dat 3 x 9 = 21 dioden.
Zet je spanning op punt A (+) en sluit je 1 aan op – dan zal ledje meest links boven gaan branden.
Let op, er is GEEN weerstand, dus dit ledje sneuveld…
In de lijnen A B en C moet je een weerstand plaatsen. Want je kan in elk vlak tegelijk een led laten branden.
Je kan meerder leds tegelijkertijd laten branden maar dan moet je elke led een eigen weerstand geven. Door te multiplexen heb je maar één weerstand nodig.
Hier

zie je dat het ook anders kan, namelijk in een 5x6 matrix, waarmee je met minder pootjes, toch 30 ledjes kan aansturen. Mijn vraag aan jou: teken de 3 extra ledjes er in, dan weet ik dat jij mijn matrix verhaaltje hebt begrepen.
Wil je groter, kies dan ALTIJD een ONeven aantal, dan hebt je een ‘middelste’ rij.
Groeten, Dré